Autisme in Cijfers

Huidige cijfers*

In 2006 zijn in de Lancet de resultaten gepubliceerd van een prevalentieonderzoek naar autisme (spectrum stoornissen) in Engeland: er wordt een prevalentie van ruim 1 procent gerapporteerd (1,16% van de totale bevolking).In Nederland is tot op heden nog steeds geen prevalentieonderzoek uitgevoerd. Maar er is er alle reden toe om aan te nemen dat de in Engeland gevonden prevalentiecijfers ook voor Nederland gelden. De NVA gaat nu dus uit van een prevalentie van autisme (spectrum stoornissen) van ruim 1%. Wat neerkomt op ongeveer 190.000 mensen met een vorm van autisme in Nederland.Daarbij gaat men uit van een percentage van 15 -20% dat naast het autisme ook een verstandelijke beperking heeft.

  • 2001 / 2002:

Vanaf 2002 ging men, naar aanleiding van het onderzoek van prof. Haveman, uit van de hierna volgende cijfers. Het is onbekend hoeveel mensen met autisme er precies in Nederland zijn omdat daar geen onderzoek naar gedaan is. Op basis van epidemiologische studies uit het buitenland wordt ervan uitgegaan dat autisme bij 0,58 % van de bevolking voorkomt, waarvan:
– 0.08 % klassiek autisme
– 0.38 % de stoornis van Asperger
– 0.12 % PDD-NOS
De overige vormen van autisme (o.a. Rett Syndroom) komen sporadisch voor. Daarom kunnen die aantallen niet in percentages uitgedrukt worden.Deze percentages werden vanaf dat moment ook in Nederland gebruikt, autisme komt overal ter wereld in vergelijkbare mate voor. Omgerekend betekende dit dat we er vanaf 2001 van uitgingen dat er in Nederland ongeveer 90.000 mensen zijn met een vorm van autisme. (Bron: brochure Autisme Begrijpen, NVA )

Uit het artikel in het WTA (nr. 1, 2002) blijkt dat de prevalentiecijfers in de latere perioden aanzienlijk hoger zijn dat die van voorgaande periodes nl. 4-5 keer zo hoog in vergelijking met de periode van 20-30 jaar geleden en dubbel zo hoog als 10 jaar geleden.

  • Jaren 90:

In deze periode werd ervan uitgegaan dat 4 à 5 op de 10.000 kinderen een “zuivere vorm van autisme” hebben. De groep mensen met aan autisme verwante contactstoornissen is dan 4 à 5 keer zo groot.Op dat moment komt de stoornis voor op alle niveau’s van verstandelijk functioneren voor, maar gaat in 80% samen met een verstandelijke handicap.(uit: Een autistische stoornis en een verstandelijke handicap, 2e druk 1999 (origineel is uit 1997), NVA)

  • Absolute aantallen
Jaartal Percentage v.d. bevolking Percentage v.h. aantal mensen met autisme Absolute aantallen Verstandelijke beperking
1943 – 1995 Klas. Aut. 0,04 -0,05%
Totaal 0,1 – 0,15% 100% ±10.000 – 15.000 80%
v.a. 1995 Klas. Aut. 0,04-0,05%
Asperger & PDD-NOS 0,2%
Totaal 0,25% ± 30.000
2001 Klas. Aut. 0,08% 14% ± 80%
Asperger 0,38% 65% 0 %
PDD-NOS 0,12% 21% ± 50%
Totaal 0,58% 100% ± 90.000 ± 20%
2006 Totaal 1,16% 100% ± 190.000 ± 1

*bronvermelding cijfers site nva.nl

%d bloggers liken dit: